MLF

Campusonderwijs

Zo ziet het onderwijs eruit
Een kind ontwikkelt zich met horten en stoten, met grote en kleine stappen, maar niet in afgesloten periodes. De Campus is een eenheid voor alle kinderen en voor alle niveaus. Op de campus zien we ieder kind als een uniek individu. De keuze voor een schoolniveau gebeurt elders met 12 jaar, in de campusklas stellen wij bewust de determinatie uit.

De leerlingen starten en sluiten een dag in een heterogene stamgroep en is onder begeleiding van een vaste coach. De start is iedere dag om 9.00 uur. De afsluiting is op alle dagen behalve donderdag om 14.00 uur. Op donderdag sluiten we de dag af om 13.15 uur. De coach bespreekt met de leerlingen hoe de dag eruit kan komen te zien en aan welke leerlijnen gewerkt gaat worden. De leerlijn bestaat uit projecten ontwikkelt door experts en/of uit zelf bedachte projecten op basis van de eigen interesse onder begeleiding van de coach. Voor specifieke vakkennis worden experts ingezet. Belangrijk is om de dag ook af te sluiten met een nieuw plan voor de volgende dag. Zo kan de coach zien of er veranderingen in de omgeving nodig zijn om de kinderen optimaal te laten leren. De coach bereidt na de dagafsluiting de omgeving voor op de volgende dag. Meegenomen dat een dag niet per se ten einde is als de dagafsluiting is geweest. Kinderen kunnen doorwerken aan projecten, meesterwerken en proeven indien gewenst of noodzakelijk geacht door het kind.

De basis van ons onderwijs bestaat uit de volgende drie vragen:

1. Wat wil ik allemaal weten?
2. Hoe wil ik dat leren?
3. Op welke manier laat ik mijn coach zien dat ik het heb begrepen?

Willen leren
Wat wil een kind leren op school? Waar ligt de interesse? Wat prikkelt hem of haar? Dat zijn de eerste vragen die een coach gaat stellen en onderzoeken met het kind als regisseur. De coach biedt ruimte aan het proces van het kind. Dit doet de coach door te beginnen met ‘willen’ en ‘dromen’. We gebruiken vooral werkwoorden die kinderen zelf gebruiken.

Ieder kind is uniek. De één is een open boek en borrelt zichtbaar van de ideeën. De ander is een schelp die van buitenaf niet te openen is. Het kind heeft tijd nodig en eigen regie, de behoefte aan het krijgen van vertrouwen zal daar groter zijn. Erbovenop zitten maakt dat de schelp nooit opengaat. Bij het kind gaat de coach juist op zijn/haar eigen handen zitten. Hij/zij houdt contact en gepaste afstand tegelijk.

Leerdoelen en projecten
De leerlijn is zichtbaar op de ‘behangrol’. Hier staan de leerdoelen en deze biedt tevens kaders. Het is aan het kind om te bepalen hoe hij/zij het leerdoel wil behalen: kiezen voor een eigen te bereiden weg of een project uit “het schap”. Ultieme differentiatie én een voorbereide omgeving.

De projecten zijn een mogelijkheid voor kinderen om uit te kiezen. Bijvoorbeeld wanneer zij zelf geen leervraag en leerdoel kunnen bedenken. Of omdat ze graag samen iets willen doen en andere leerlingen willen ontmoeten. Eerst vanuit het kind. De coach biedt projecten aan als prikkel dan wel inspiratiebron. Het is niet zo dat ieder kind wordt verplicht om een project te gaan doen volgens een vast patroon en schema. De karakteristieken ‘samenhang in leerstof’ en ‘sociaal leren’ zijn hier zichtbaar. Ook de karakteristieken ‘binnen-buiten’, hoofd/hart/handen komen hier expliciet aan bod.

Portfolio
Het kind legt gedurende de jaren een portfolio aan waarin gemonitord wordt in hoeverre hij of zij gewerkt hebben aan de doorlopende leerlijnen. Ieder kind heeft een eigen ontwikkelingsplan dat past bij zijn leeftijd en ontwikkeling. Op deze manier is het onderwijsprogramma in volledige harmonie met de leervragen en de ontwikkelingsfase van het kind. Het kind heeft zelf zeggenschap over de inhoud van het ontwikkelingsplan. Daardoor ervaren kinderen onafhankelijkheid, eigenwaarde en vertrouwen in de eigen persoonlijkheid. Door te werken met individuele ontwikkelingsplannen in plaats van met groepsplannen hebben kinderen niet te maken met leer- en ontwikkelingsachterstanden. We spiegelen het kind immers aan zichzelf, niet aan de groep waar hij onderdeel van is. Het portfolio biedt structuur en overzicht over deze leerlijnen. Hiaten worden door de coach opgemerkt en de leerling wordt middels de omgeving uitgedaagd om ook deze hiaten op te pakken. Omgeving is hier in de ruime zin van het woord genomen. Coach, medeleerling, ouders en externen horen bijvoorbeeld ook bij deze omgeving.

Proeven zijn formatief en het meesterwerk bewijst de behaalde leerdoelen. Indien een leerdoel niet behaald is, kan dit opgenomen worden in de stand van zaken betrekkende de doorlopende leerlijnen. Wellicht dat ditzelfde leerdoel in een ander meesterwerk alsnog behaald kan worden. Ook kan de omgeving voorbereid worden op het halen van dit doel. Leerjaren spelen geen rol. De leerling doorloopt leerlijnen. In het portfolio wordt bijgehouden in hoeverre de leerlijnen doorlopen zijn en wanneer het kind toe is aan een volgende Ontwikkelingsfase.

Door de structuur van leerlijnen overzien we vroegtijdig waar eventuele hiaten vallen en dagen we leerlingen uit deze te vullen. Bewustwording van wat de leerling wil bereiken en wat het kan verwachten in de bovenbouw is daarbij essentieel.

8 elementen
Bovenstaande vertaalt zich in de 8 elementen van ons onderwijs. Zie De acht elementen van ons onderwijs voor de uitwerking daarvan.

De coach op de campus
Een coach is een medewerker die werkt op basis van behoefte van de leerling. Een coach werkt oplossingsgericht. De leerling draagt aan, de coach luistert, vraagt, vat samen, vraagt opnieuw. De oplossing laat de coach de leerling bedenken. Regie blijft bij de leerling. Observeren, inspireren en ondersteunen: dat is de taak van de coaches in de Campusklas.

Een coach zorgt ervoor dat een leerling toegang heeft tot de voorbereide leeromgeving. Een coach vult die voorbereide omgeving en houdt daarbij onder andere rekening met karakteristieken als ‘ binnen-buiten’ , ‘ hoofd-hart-handen’ en ‘ samenhang in leerstof’. Een coach kan ertoe besluiten in die leeromgeving bronnen van inspiratie te zetten. Letterlijk dan wel virtueel. Deze kunnen worden gebruikt als bron voor de leerling die even geen inspiratie heeft. Er kan vanuit die voorbereide omgeving een prikkel worden geboden aan de leerling die aanzet tot verder willen leren. Leren met het onderwerp uit een project of een eigen richting inslaan.

Daarmee kunnen door coaches bedachte vormen blijven bestaan. De coach zorgt ervoor dat de leerling zijn/haar proces in beeld houdt. Dat doet de coach door de leerling een portfolio te laten ontwikkelen dan wel samen een portfolio te maken. De nadruk zal liggen op het woord ‘samen’. Bij oplossingsgericht werken in het onderwijs ligt de regie altijd bij de leerling en is de coach slechts ondersteunend. Dit vraagt om een observerende houding waarbij de coach actief afwezig is: hij is nabij aanwezig, maar geeft het kind ruimte. Op deze manier helpt de coach het kind om zijn eigen leerproces vorm te geven.

Diploma
Het is van belang dat onderwijsvernieuwing stoelt op wetenschappelijk verkregen inzichten. Montessorionderwijs, dat tot vernieuwingsonderwijs behoort, heeft deze bewijslast reeds geleverd. Uit de praktijk blijkt dat montessorikinderen socialer spelen en meer oog hebben voor eerlijkheid en rechtvaardigheid. Na afloop van de basisschool schrijven ze creatievere essays, beschikken ze over een grotere woordenschat en hebben ze meer oog voor maatschappelijke vraagstukken.

Montessorionderwijs heeft tot doel kinderen onafhankelijkheid, eigenwaarde en vertrouwen te geven. Wij geloven dat deze drie eigenschappen van groot belang zijn voor een kind. Het zijn randvoorwaarden om goed tot ontwikkeling te kunnen komen, zodat kinderen doorgroeien tot adolescenten die hun bijdrage aan de wereld kunnen geven. Daarbij is het behalen van een diploma een middel, geen doel. We streven naar de invoering van een maatwerkdiploma, als de tijd daar rijp voor is. Tot die tijd doen we mee aan het Centraal Schriftelijk Eindexamen. Ons onderwijs sluit daar op aan.